zaterdag 19 september 2009

Pinggg! - Memorias de Calpe

Het rommelde nog steeds toen ik onder de douche vandaan kwam. Op de boulevard lagen grote plassen en de dreiging van meer regen hing in de lucht. Ik trok één van m’n in de opruiming gevonden Protest-shirts aan, een groen ¾ baggy worker en mijn Birkenstocks. Geen make-up vanavond; gewoon met mijn bleke kop en een laag staartje naar buiten. Ik liet het boek waar ik gisteravond aan begonnen was in mijn tas vallen. Telefoon in mijn broekzak en liep behoedzaam om de plassen op de bijna verlaten boulevard.

Je kunt merken dat het naseizoen is. De mensen die je tegenkomt (als het wel mooi weer is) zijn OF Spaanse gezinnen, OF oudere stellen waarvan de kinderen al lang en breed het nest hebben verlaten. Er heerst een soort gelatenheid, een bezinning, misschien zelfs opluchting dat de zomergekte voorbij is.

Langzaam wandelde ik naar het einde van de boulevard van mijn baai (Calpe heeft 2 baaien voor de goede orde, alhoewel Rafa vertelde me eergisteren dat het tweede strand verdwenen is). Ik vraag me af wat en waar ik wilde eten. Toch maar terug naar het restaurant van gisteravond (en van vele avonden, vele jaren geleden). Het begint te regenen. Even vond ik het nodig om mijn pas te versnellen, maar vroeg me direct daarna weer af ‘waarom eigenlijk’. Een beetje nat arriveerde ik bij het restaurant en koos een tafeltje vooraan, lekker beschut onder een grote parasol.

Ik vroeg om het menu, maar de bediende liet me weten dat de keuken nog niet open was. Ik was ook wel erg vroeg bedacht ik me. Dan maar eerst een cortado en het menu voor dadelijk. Mijn koffie werd gebracht en in één beweging stak ik een cigaret op en viste ik het boek uit mijn tas. De marathon ging beginnen. Na ruim een half uur kwam de ietwat vreemde Vlaming mijn bestelling opnemen. Ik informeerde of het wel okee was, of de keuken zover was. volgens hem moest het nu wel kunnen. Mijn keuze viel op alleen een hoofdgerecht, de ossehaas. Vroeger was die hier goed. Beter dan in menig Nederlands restaurant. Tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Even later zonk ik weer in mijn boek. Mijn haar begon op te drogen en ik draaide wat met de lokken die uit mijn staartje vielen. De ober had ondertussen mijn drinken neergezet en de tafel voor me gedekt. Maar het was allemaal in een roes aan me voorbij gegaan. Ik had bodemdrift. Dit boek MOEST uit. Vanavond nog. Kan me niet schelen hoe lang ik hier nog zit.

Mijn bord arriveerde en ik legde mijn boek op de stoel naast me. Het smaakte fantastisch. Ik keek naar de voorbijgangers op de boulevard. Het waren er nu een stuk meer. En ze zagen er geel en licht uit. Het weer was opgeklaard en achter me, achter de gebouwen, ging de zon langzaam onder. Het laatste beetje zonlicht maakte lampjes van de mensen. Pfff wat een gigantisch bord. Hoe lekker ook, ik kreeg het niet op. Nadat ik het bestek had neergelegd pakte ik m’n boek weer op. De vriendelijke Vlaming kwam mijn tafel afruimen en vroeg me wat ik las. Ik vertelde hem dat het ging over een vrouw die verscheurd wordt tussen haar huwelijk en haar minnaar. En trouwens, doe nog maar een cortado.

In no time zoog het verhaal me weer naar een andere wereld en pagina na pagina verslond ik de hoofdstukken. Amper bij de realiteit nog een cortado en toen het laatste hoofdstuk aanbrak, trakteerde ik mezelf op een wijntje. Na 4 uur met m’n gat op diezelfde rieten stoel, sloeg ik het boek dicht. Ik wenkte de ober voor la cuenta en toen hij me die bracht vertelde ik hem het plot. Ook al ging dat moeizaam. Ik was nauwelijks in staat om te praten. Mijn zintuigen stonden maximaal op ontvangen, niet op zenden. Ik wilde zo snel mogelijk de afzondering in. Alleen zijn met mijn gedachtes. Ik legde het geld plus een mooie fooi in het schaaltje, pakte mijn cigaret van de asbak en verdween de boulevard op.

Ik liep heel langzaam. Alsof mijn lichaam alle energie en aandacht in mijn brein stopte, lopen was lastig. Ik liep voorbij mijn eigen gebouw. Naar het deel van de boulevard waar geen strand was. Alleen rotsen onder een afgrond. Op een stil plekje trof ik een bankje en daar liet ik mijn gedachtes doorrazen.

Ik keek over de zwarte zee onder een maanloze hemel. Verderop lag een zeilboot voor anker en het lampje op de boeg schommelde loom. De flood lights op de boulevard langs het strand trokken strepen over de zee. De lampen verschilden van kleur. De een wat geelig, de ander een beetje rose. Het zag er best gek uit. Net een zebrapad van verschillende kleuren stoepkrijt. Boven me was het een drukte van jewelste. Kleine vleermuizen cirkelden in het wilde weg. Ik probeerde er één te volgen die achter een vuurvliegje aan zat. Zoals een leeuwin op zo’n dommig springbokje jaagt, volgde hij elke beweging. Toen even later het gevecht boven zee werd vervolgd raakte ik ze kwijt. Ik prentte mezelf in: onthouden, registreren, opslaan, zebrapad, batman’s, zebrapad, zeilboot, batman’s, zeilboot...

Wat had dit boek me te vertellen? Dat elke relatie gedoemd is te mislukken? Mislukken niet in de zin dat je dan ook altijd uit elkaar gaat. Maar dat je hoe dan ook van elkaar vervreemdt. Je groeit uit elkaar en dat is de natuurlijke weg van dingen. Ongeveer de helft van de stellen blijft toch bij elkaar. Uit beleefdheid. Uit gewoonte. Of omdat men accepteert en waardeert hoe de relatie een andere wending neemt. Kun je eigenlijk nog wel spreken over een relatie die mislukt? Is dat ‘mislukken’ niet gewoon een verkeerde beschuldiging voor iets wat eigenlijk ontwikkeling is? Evolutie van de ziel. Zijn we in basis niet allemaal einzelgangers? Ja de één wat meer dan de ander. Maar staan we niet volledig op onszelf en is de interactie die we aangaan met anderen (soms lang, soms kort) niet de aandrijving van onze eigen ontwikkeling en die van alle andere relaties? Niet dat het tijdelijke karakter zo licht en luchtig is, dat er geen pijn bij komt kijken, zeker niet. Het loslaten of inzien dat je los moet laten doet veel pijn. Ik heb het zelf gekend. Een paar jaar geleden zelfs.

Maar was ik wel de enige met pijn, vroeg ik me ineens af. Nooit heb ik erbij stil gestaan dat D ook pijn heeft gekend in die tijd. Nou ja, iets eerder dan ik. Hij was er nu eenmaal eerder achter dat ‘ons’ voorbij was, dan ik. Ook hij moet pijn hebben gehad toen ie besefte dat de samenhang, de verbondenheid voorbij was. Ook hij heeft dat moeten accepteren. Gek, ik sta er nu voor het eerst bij stil. En ik ben er zelfs stil van. Verbaasd. God, wat doet deze trip met me. En wat is dit goed. Alleen met mijn hoofd. Alleen met mijn rust.

Morgen komt M. Ik zal alles een beetje aan kant moeten maken. Alles ligt en staat er zoals het is gebruikt. Mijn bikini ligt nog op de badkamervloer. De afwas staat op het aanrecht te staan. Maar eerst m’n memoires van deze bijzondere avond uitschrijven. Dat gaat voor. Misschien als M een beetje in een filosofische bui is, kunnen we nog eens een onderwerpje zus of zo aansnijden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen