maandag 12 april 2010

Post-op report

Afgelopen donderdag was de operatie dag. Na wat gestress rondom een bandenprobleem onder de voiture van die van mij arriveerde ik om 11.15 in Maxima Eindhoven. De gebruikelijker intake moest plaatsvinden met een van de verpleegsters, maar dat verhaal kende ik inmiddels. De verpleegster zelf was een geval apart. Die van mij concludeerde dat ze rechtstreeks uit spitting image was komen wandelen. Daarnaast was het ook een enorm taai en naar mens (je kunt niet altijd geluk hebben) die vertelde dat het zeker niet de bedoeling was dat er iemand bij me zou zijn buiten het bezoekuur. Gelukkig trok die van mij een middelvinger tevoorschijn en daarmee was het gedaan (heeft de zuster niet gezien, hoor).

Iets over 13.00 werd ik opgeroepen en hobbelde het bed, inclusief mij, naar de OK. Na de overdracht in de sluis van de OK was ik verlost van de verpleegster. Weer het tussenkamertje in voor het infuus, dat deze keer in de zijkant van mijn pols ging. Ik heb zowaar géén blauwe arm nu.

Daarna werd ik opgehaald door de anesthesist. Tijdens de rit naar de OK besprak ik met hem mijn ervaring van de vorige beademing en dat ik twee weken keelpijn heb gehad nadien. Hij stelde vast dat ik een kleine mond heb en het daardoor erg lastig is om die pijp in te brengen, maar hij zou er extra voorzichtig mee omgaan.

Op de OK aangekomen was het weer een kwestie van overhevelen naar de OK-tafel, slangetjes en plakkers aansluiten. Ondertussen nog wat grappen met een van de assistentes dat die OK-lamp toch wel erg gaaf is en vooral LVT (leuk voor thuis), in hoeverre je een dimmer erop aan kunt sluiten en zo, JP groeten en vragen of dat hij er een meesterwerkje van gaat maken, totdat de narcotiseur naast me stond met zijn priemende blik. Hij had de witte spuit al in de aanslag. Ik mocht meteen onder zeil. Alleen dat verliep anders dan de vorige keer. De vorige keer was ik na drie woorden al vertrokken. Nu duurde het iets langer. Ik heb nog gevraagd of ik moest tellen, waarop de narcotiseur zei dat hij best geloofde dat ik kon tellen. Vervolgens zei hij dat ik het spul best wel eens kon voelen en dat was ook zo. Alsof er net-niet-bevroren roomijs door mijn arm omhoog kroop. Tenslotte merkte ik dat mijn adem proefde als een gifwolk, waar ik ook nog wat over heb gezegd en toen was het toedeledokie. Dat moet zo tegen 14.00 zijn geweest.

Om 17.00 deed ik voor het eerste weer mijn ogen open op de verkoeverkamer. Een stem vroeg me of ik misselijk was en pijn had. Beide waren het geval dus kreeg ik wat extra pluggen in mijn infuus. Even later kreeg ik het ijs- en ijskoud. Ik kreeg nog wat extra dekens en een warme lucht blazer onder de dekens. Het heeft zeker driekwartier geduurd voordat ik weer een beetje op temperatuur was en ophield met klappertanden. Het wakker worden ging al met al minder makkelijk dan de vorige keer. Ik viel vaak weg en werd dan tien minuten later weer wakker. Mijn lippen en tong waren gevoelloos, net als de eerste keer. Maar er was ook wat geks aan de hand met mijn rechterduim. Alsof ik een half verdoofde, half geschaafde ring omhad. Dat kon men niet thuis brengen, dus werden er verschillende artsen op me afgestuurd. Tussendoor trof ik ook nog een stuiterende JP aan mijn bed dat alles supergoed was gegaan, dat hij die van mij al had gesproken en dat de smaakzenuw intact was, dus die lamme tong zou vanzelf verdwijnen.

Om 18.30 mocht ik eindelijk terug naar mijn kamer en was ik blij dat ik het blije gezicht van die van mij al bij de lift aantrof. Terwijl ik op de verkoeverkamer had gelegen was hij al eens naar een verkeerde patient gebracht die aan de morfine lag, wat een stunt. Het arme jong was zich rot geschrokken. Om 19.00 ving het bezoekuur aan. En de kamer stroomde vol met bezoek voor mijn buurvrouw die aan een hernia was geholpen. Een rolstoel botste tegen mijn bed, een kruk stootte tegen mijn tafel en ik deed nog steeds mijn best om wakker te worden. Er stonden zeker tien personen aan buurvrouwbezoek op de kamer te kakelen. De nieuwe zuster (een lieve met een tweetie-gezichtje) kwam kijken en ik maakte haar duidelijk dat ik hier niet op zat te wachten. Sterker nog aan het begin van de afdeling hangt een groot bord dat er maximaal 2 mensen tegelijk op bezoek mogen zijn. Dus verwijderde de zuster met zachte hand het grootste deel van het volk van de kamer. Dat wat overbleef was nog steeds luidruchtig. Van het kaliber Flodder zullen we maar zeggen.

Na 20.00 keerde de rust terug op mijn kamer en moest ik concluderen dat ze niet te zuinig waren opgesprongen met mijn slaapspuitje. Een beetje overeind komen om een slokje te drinken, of op mijn zij rollen was niet mogelijk op eigen kracht. Zelfs iets vasthouden in mijn hand vroeg kracht en controle die ik nog niet meester was. Tot overmaat van ramp moest ik plassen. Maar omdat ik niet eens kon staan, moest ik op de po. Dat is me een partij vreemd. Maar Tweetie hielp me zo lief als ze kon. Ze haalde zo’n ouderwetse rolstoel met een gat (aangezien zittend op bed niet werkte), hees me in die stoel en hield wacht bij de deur totdat ik verlost was van mijn volle blaas.

Terwijl de avond vorderde kreeg ik nog een bammetje te eten, ging die van mij ramkapot naar huis en sukkelde ik weer in kleine slaapjes. De buurvrouw snurkte als een volleerde zaagmachine, dus het bleef bij kleine slaapjes gedurende de nacht. Tussendoor nog een tweede plaspoging gedaan op de wc aan de arm van Tweetie en daarna mocht ik voortaan zelfstandig.

Na 3 boterhammen in de ochtend van de cateringdames (die zijn ècht gezellig) was daar weer die spitting image pop. Ik moest van haar wachten met wassen en aankleden totdat JP was geweest. Welja, dacht ik, het mens probeert iedere minuut te rekken, ik wil verdomme naar huis. Ik negeerde haar orders en ging alvast mijn tanden poetsen. Toen een zuster in opleiding langs kwam, vroeg ik haar naar een handdoek en washandje om me te kunnen douchen en die bracht ze zowaar (hè hè hè) en ik vertrok naar de badkamer. Ik had me goed en wel geïnstalleerd en JP meldde zich. Nog steeds stond hij in stuitermodus en vertelde me dat hij geen titanium had gebruikt. Maar van mijn hamer had hij een soort van dopje gemaakt voor op het verweerde aambeeld en dat was een soort van kalimero-constructie. De tulband ging eraf en inspecteerde tevreden zijn werk. Ik voelde achter mijn oor en vroeg hem hoever hij nu had geschoren. Hij keek weer eens en zei “Oh ja, dat was eigenlijk niet nodig, met wat plakwerk kon ik er eigenlijk prima bij”. Ik bracht er nog tegenin dat we een weer daarvoor een hele onderhandeling hadden gehad over hoeveel haar en waar precies, maar daar kwam alleen maar een brede smile op terug. Woensdag moet ik bij de andere KNO-chirurg op controle omdat hij er zelf niet is deze week. Maar ik moest meteen dan een afspraak maken voor als hij terug was. Niet dat ik iedere week op controle hoefde te komen, maar hij wilde het resultaat ook graag zelf zien. Ik bedacht me dat die man werkelijk stapel-hemel-verliefd is op zijn vak en euforisch over elk gereconstrueerd oor dat van zijn hand komt. Wat moet het heerlijk zijn om zo intens te genieten van je vak. Nadat het spitting image mens nog wat had gebaasd stond die van mij klaar om me mee te nemen en kon het herstel-in-eigen-huis gelukkig beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen