donderdag 19 augustus 2010

Grave yard hoppin' St. Joris




De rest van het album vind je hier.

dinsdag 17 augustus 2010

Sportcultuur

Nederland is een beetje een gek land als het op sport aankomt. Bij ieder groot evenement wordt er veel airtime besteed aan de voorbereidingen, de achtergrond van de sporters en meningen van analysten. Misschien is dat in landen als Spanje nog veel extremer, maar laten we de Nederlandse aandacht ‘gewoon veel’ noemen ten opzichte van de nog grotere sportlanden. Ondanks al die airtime blijven we als toeschouwer sceptisch. We verwachten niet ècht dat de Nederlandse sporters ver komen, we hopen het wel, maar we blijven zogezegd ‘realistisch’. Als de sporters in kwestie dan een beetje teveel zelfvertrouwen uitstralen en hun eigen hoge verwachtingen zelfs publiek verkondigen, dan slaat onze scepcis om in afkeer. Ze (niet ‘we’) blazen weer te hoog van de toren, wordt dan gezegd. En na iedere sportprestatie (verbluffend goed of niet) hebben we altijd wel commentaar. Ik zeg niet dat er geen kritiek mag zijn, maar het lijkt wel of we altijd wel wat te zeiken hebben. Zo viel ik afgelopen weekend binnen bij het laatste stukje Studio Voetbal. Er werd gesproken over het WK en de toon van het gesprek was alles behalve positief. De stijl van het voetbal was niet mooi genoeg, de Nederlandse overtredingen in de finale waren veel te hard en op de keuzes van de trainer viel ook het een en ander aan te merken. Nee het voetbal verdiende niet de schoonheidsprijs en ja de finale was hard, van beide kanten en nee ik begreep er ook niets van dat Van Persie steeds weer werd opgesteld... Maar, we stonden in de finale. In de finale van het WK! Het hele land stond op z’n kop. Decennialang hadden we dit niet gepresteerd. Super toch? Maar nee, de sfeer achteraf is toch weer negatief. Kenmerkt dat nu de Nederlandse sportcultuur? Of is het het kop-boven-maaiveld-principe? Ik begrijp het in ieder geval niet. Of moet ik daar een betere sportkenner voor zijn? Kan iemand het me uitleggen?

zaterdag 14 augustus 2010

Extreem rechts gelul

Vanmiddag werd ik getrakteerd op een hele ‘bijzondere’ politieke discussie. Laat ik eerst even de setting schetsen, zodat jullie niet het verkeerde beeld krijgen. Ik was dus niet in gesprek met legerkistjes dragende mensen met kaalgeschoren hoofden. Nee, ik was in de winkel van de plaatselijke traiteur om wat hapjes uit te zoeken voor morgen. De eigenaar bood me een glaasje rosé aan en ik raakte in gesprek met de eigenaar en twee andere gasten. Een man van in de 60, gekleed in golfbroek, vest en petje en een vrouw van in de 40 met haar, make-up en kleding tot in de puntjes verzorgd. Het gesprek ging over het fenomeen Wilders. De drie aan de toog vonden dat hij veel goede punten had, alleen hij formuleerde ze af en toe een beetje onhandig. Ik merkte op dat ik zijn manier van debatteren eigenlijk niet eens zo slecht vond, maar dat zijn standpunten me niet aanstonden en dat ik de aanstaande rechtse coalitie een eng idee vond.

Vanaf dat moment was het hek van de dam. Ik had ook eigenlijk beter moeten weten. Ik heb geen zin in discussies over politieke voorkeuren. Niet omdat ik niet achter mijn mening sta, maar omdat ik het zinloos vind om daarover te redetwisten. Vaak lopen dat soort gesprekken uit op de een die de ander probeert te overtuigen en voor zijn of haar politieke kleur probeert te winnen. En dat vind ik onzin. Ieder heeft zo zijn eigen standpunten en dat moet iedereen zelf weten. Dat gezegd hebbende, ben ik hevig geshockeerd over het gesprek van vanmiddag.

De man met pet haalde het ene na het andere becijferde feitje boven tafel. Hoeveel Marokkanen er wel niet achter tralies zaten, hoeveel dat kostte per dag en ga zo maar door. Over een kennisje van hem dat werkte op het Nederlandse consulaat in Marrakech en had bevestigd dat Nederland het enige land was dat kansloze immigranten verwelkomde. En dat het land naar de kloten ging. De vrouw in kwestie gooide er zo nu en dan nog een leukje bij als “in Nederland zijn meer moskeeën dan kerken” en “je moet eens proberen om een kerk in Turkije te bouwen”. Ik bleef erbij dat iedere persoon of groepering die een andere groep buiten sluit, bij mij aan het verkeerde adres is. Vanaf dat punt intensiveerden de drie hun aanval. Allereerst werd mij duidelijk gemaakt dat Wilders niet discrimineert, hij heeft immers een vrouw van buitenlandse afkomst... Ndus. Daarna kreeg ik ‘what ifs’ naar mijn hoofd die als volgt klonken: “Wat als je op de wachtlijst staat voor een huurwoning en hoort dat het ene na het andere hoofddoekje voor gaat ten nadele van jou?”. “Als je op bezoek gaat bij een Turks gezin en je wordt gevraagd om je schoenen uit te doen, dan doe je dat toch ook, nou dan kunnen zij die theedoek toch ook af doen?” Ik maakte een opmerking dat als er met zo weinig respect gesproken werd door de drie ik geen zin had om het gesprek voort te zetten, maar ik bleef rustig. Vervolgens maakte ik weer een fout door te zeggen dat ik niet hoopte dat het land deze kant, met deze denkbeelden, op ging. Want hoppakee, daar kwam de volgende lading vuurwerk. De vrouw in kwestie tetterde in mijn rechteroor wat ik dan van plan was. Weg te gaan uit Nederland? Ha, dat moest ik maar eens proberen? Waar wilde ik naartoe? Ik kon nergens terecht want alleen wij waren zo dat we zomaar iedereen binnen lieten. Vervolgens kreeg het gesprek nog wat bijzondere wendingen. Zo leek het hoge echtscheidingspercentage, gebrek aan opvoeding van de huidige jeugd en geestesziekten ook ineens onderdeel van het probleem dat Wilders wel eens zou oplossen (ja de man en vrouw in kwestie hoorden bij elkaar, ze hadden zelfs een gezamenlijke psychologiepraktijk)...

Ik sloot af met dat ik me op de rest van mijn boodschappen ging concentreren. Maar toen ik uiteindelijk door de Jumbo rondliep, het stel even later ook in de super zag rondlopen, bleek dat toch een stuk moeilijker dan ik dacht. Ik bleef maar mompelen in mezelf “on-voor-stel-baar” en vergat wat ik nodig had...

vrijdag 13 augustus 2010

Een textuur-boeketje overvloed in Nuenen






Size matters

Een paar jaar geleden kocht ik een Nikon D40. Hij was in de aanbieding en ik was op zoek naar een camera. Appeltje eitje dus. Het is de instapper van Nikon, dat weet ik, maar ik ben uiterst tevreden over het ding. Ik ben ook geen pro, of semi-pro, dus een D90 of serieuzer is nergens voor nodig (ook al kan ik kwijlen bij het zien van de grote camerabroers). Al een tijdje heb ik de wens om een leuke tele/zoom aan te schaffen. Zeker nu er een kans is dat ik in het najaar een tripje onderneem naar de stad waar een stukje van mijn hart is blijven liggen.

Vanmiddag kreeg ik het op mijn heupen en crosste ik naar de MediaMarkt om te zien wat er zoal was. Na wegduiken op de roltrap omdat ik een ex van me zag lopen (ik zag er niet echt presentabel uit, vond ik zelf) en behoorlijk lang wachten op de camera-afdeling (er waren meer mensen op hetzelfde idee gekomen) liet ik me voorlichten over de verschillende geschikte tele’s. Nu dacht ik altijd dat Tamron waardige lenzen maakte voor Nikon-camera’s voor een hele nette prijs. Maar het aanbod was beperkt en zeker niet goedkoper. Dus werd ik voorgesteld aan twee gezellige Nikon broeders. De 55-200 VR en de 70-300 VR II. Groot verschil in prijs. Groot verschil in gewicht. Groot verschil in ‘hoe stevig voelt ie in de hand’. Groot verschil in formaat. What to do? De 55-200 VR paste in mijn budget. Maar ja, die andere, dat was tenminste een echt apparaat. Een uur heb ik staan te dubben. Kijken. Vasthouden. Met andere bezoekers kletsen. Nog een keer vasthouden. En uiteindelijk hakte ik de knoop door. Ik kan alleen maar zeggen: size does matter.

zaterdag 7 augustus 2010

Tolerantie vs vrijheid

Afgelopen week zag ik een reis/reportageprogramma waarbij een dame op bezoek was in Uganda. Ze deed navraag naar homosexualiteit in dat land. De reacties van de mensen die zij sprak, zowel de toevallige voorbijganger op straat als de woordvoerder van de president, waren ronduit schokkend. Homosexualiteit was een ziekte. Net als drugsverslaving of ieder andere misfunctionering van lichaam en ziel. Homosexualiteit is strafbaar in Uganda. En als je uit de kast komt, kun je rekenen op bedreiging, verstoting, mishandeling en vervolging. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel waarbij de doodstraf kan worden opgelegd voor het ‘vergrijp’ homosexualiteit. Dat klinkt onvoorstelbaar, maar als het programma de meningen op straat vraagt, blijkt dat de Ugandees het eigenlijk een hele redelijke straf vindt. Verbijsterd was ik. En misselijk tegelijk. Je kunt zeggen “Tsja dat is een of ander onderontwikkeld land” ter verdediging. Maar voor zo’n visie op sexuele vrijheid is naar mijn mening geen enkele verdediging mogelijk...

Een paar dagen later zag ik een ander programma. Het COC stuurde Respect2Love-streetteams naar het Kwakoe festival. Nederlandse setting, Nederlandse mensen, geen gekke dingen zou je denken. Toch? Totdat de camera crew een gesprek aanging met mensen als de leden van het streetteam uit beeld waren. Het bestaan van homosexualiteit werd door mensen ronduit ontkend. Een ander zei weer “Als ik had geweten dat die dame lesbienne was, had ik geen praatje met haar gemaakt”.

Daar sta je dan met je ‘Nederland is een tolerant land’. Helemaal niks tolerants aan. En hoezo ‘tolerant’. Wat is dat voor een woord. Waar is tolerantie voor nodig? Tolerantie is niks anders dan het verdragen of gedogen van iets waar je eigenlijk op tegen bent. En hoe kun je nu uberhaupt tegen vrijheid zijn? Ik word daar kwaad om en ik snap het niet. Dat moest ik even kwijt. Dank u.

Bloemetje voor oma