zaterdag 24 juli 2010

Het mag dan zo zijn... maar toch

Het mag dan zo zijn dat je niet meer bij elkaar bent. Dat je het bed niet meer deelt. Dat je elkaar niet meer ziet. Dat je zelfs geen contact meer met elkaar hebt. Ook al doe je je best om het verleden ‘een plekje’ te geven. Ook al ben je daarmee een flink eind op de juiste weg. Ook al bereid je je voor op de toekomst die 180 graden anders is dan het verleden van vele jaren. Men mag zeggen “je bent geen onderdeel meer van elkaars leven”, “je hebt er niets mee te maken” of “concentreer je op je eigen ding”. Maar toch... Toch... als je verneemt dat de man waarvan je hebt gehouden met hart en ziel, waarmee je samen oud hoopte te worden, plotseling wordt afgevoerd naar het ziekenhuis, schrik je je wezenloos. Ongerustheid, angst en machteloosheid maken zich meester. Je hebt geen contact meer, dus je weet niet wat er aan de hand is. Je hoopt (en bidt) alleen maar dat het niets levensbedreigends is. Als dan blijkt dat het niet die hele enge ziekte is slaak je een zucht van verlichting. Maar wat de aandoening werkelijk voor impact en gevolgen heeft blijft een raadsel. En het oergevoel van willen bijstaan, willen steunen, willen zorgen tiert welig. Het mag dan zo zijn dat je niet meer bij elkaar bent. Maar toch... zet de knop maar eens om. Ik kan het niet, zo zit ik niet in elkaar...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen